04 mei

Burgerinitiatief: het hanteren van dubbelzinnigheid

Twee weken geleden was ik met collega’s in Delft.  Organisatieadviseurs, sommigen noemen zich ‘interventiekundige’, die het vak als ambacht zien. Wij waren in het kader van onze eigen ontwikkeling drie dagen bijeen om een vraagstuk bij ‘de kop’ te pakken.
Wij verdiepten ons in de ontwikkeling van burgerinitiatieven rondom het Spoorzone-gebied in Delft.  Hoe krijgt burgerinitiatief vorm? Hoe handelen de lokale overheid en andere gevestigde partijen in de stad ten opzichte van ‘de actieve burger’?
Wij benaderden het vraagstuk vanuit het perspectief van Karl Weick (beschreven in het boek: The Social Psychology of Organizing).
Burgerparticipatie is al enige tijd een hobby van me. Het houdt me bezig, omdat er steeds meer van burgers verlangd wordt, zoals de Wmo dat onder meer voorschrijft. Maar hoe krijg je burgers actief en hoe werken instellingen en burgers samen? Het lijkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Zo bleek mij afgelopen zomer, toen ik samen met een buurman, de wethouder en een ambtenaar al een jaar lang plannen had gemaakt om de sociale samenhang (cohesie) in onze vinex wijk te vergroten. En nu, na mijn driedaagse, zie ik in waarom dit zo’ n moeizaam proces was.

Dubbelzinnigheid bij wijkontwikkeling
Karl Weick beschrijft dat organiseren ontstaat omdat we dubbelzinnigheid willen verminderen. Met dubbelzinnigheid bedoelt hij dat er een vraagstuk is waar we iets mee willen. En dat doen we door duidelijkheid te zoeken. We zoeken dat door te ervaren, afspraken te maken en regels te formuleren en zo ontstaan min of meer organisaties.
Wanneer dit gedachtegoed toegepast wordt op wijkontwikkeling en burgerinitiatief, is de vraag: Hoe kunnen we burgers stimuleren en sociale cohesie ontwikkelen? Op deze vraag (dubbelzinnigheid en onduidelijkheid) werd door mijn gemeente een antwoord gegeven door een nota te schrijven over ‘wijkgericht werken.’ Er is een wijkmanager, een wijktafel en er zijn zogenaamde Big-gelden (incidentele vergoedingen voor initiatieven in de wijk). Veelal gaat dit laatste niet verder dan een barbecue (Barbecue Is zo Geregeld), waarbij een deel van de wijk mag komen en een ander deel niet.

Wijkontwikkeling: anders samenwerken met de burger
Mijn buurman en ik voorzagen dat deze manier van organiseren van wijkgericht werken niet tot duurzame sociale samenhang zou leiden en kwamen daarom met een voorstel. Een voorstel waarbij de gemeente uitgenodigd werd om op een andere manier samen te werken met de burger. De gemeente werd gevraagd om het Big geld te besteden aan duurzame sociale ontwikkeling en niet aan incidentele vergoedingen in de wijk. Een van de eerste stappen in dit proces was de bewustwording bij wijkbewoners. Kinderen op scholen in de wijk zouden tekeningen van hun leefomgeving (gaan) maken. Deze zouden vervolgens uitvergroot in de wijk op verkiezingsborden worden geprojecteerd in combinatie met gestelde vragen, als: Hoe wilt u hier over vijf jaar wonen? Ook zou er een (activiteiten) jaarkalender komen waaraan burgers, gemeente en andere instellingen een bijdrage zouden leveren. De gemeente zou op een andere manier regie gaan voeren richting organisaties die een functie voor de wijk hebben. De afspraak zou zijn: hoe bij te dragen aan actief burgerschap en het vergroten van zelfredzaamheid ‘van de wijk.’ Heel concreet kan dat betekenen dat de welzijnsinstelling geen opvoedcursus geeft aan ouders, maar hen opleidt om zelf opvoedgroepen te begeleiden. Voor de bestaande wijktafel en wijkmanager zagen wij geen functie. Daarvoor in de plaats stelden wij voor om lokale ambassadeurs in de wijk te zoeken. Dit zijn burgers, die op verschillende plekken wonen in de wijk. Hun opdracht zou zijn om op een persoonlijke manier buren te enthousiasmeren en te betrekken bij activiteiten in de wijk.
In ons voorstel weken we af van de huidige wijze van organiseren van de gemeente. We veroorzaakten met ons voorstel (opnieuw) dubbelzinnigheid. Terwijl de gemeente juist dacht een antwoord te hebben op de vraag hoe burgers in wijken te activeren. Bovendien zou met ons voorstel, waar de wethouder wel brood in zag, een proces van het hanteren van dubbelzinnigheid op gang komen. Een proces dat om experimenteren vraagt; een ontdekking waar op voorhand meer vragen dan antwoorden zijn.

Burgerinitiatief door experimenteren
Vandaag de dag is er in onze wijk nog niet veel veranderd. Er is nog steeds weinig sociale samenhang en weinig burgerinitiatief.  Burgers houden zich beperkt bezig met hun buren. Ze slapen in de wijk, werken overdag en in het weekend trekken ze er veelal op uit. Hoe ziet het er over vijf jaar uit? Is het een slaapwijk? Mijn visie is dat er serieuze interventies nodig zijn om actieve burgers te krijgen. De burgers komen soms wel, maar vaak ook niet vanzelf uit hun schuttersputjes. Interventies die nieuwe vormen van samenwerking en experimenteren vereisen zijn nodig. 
 

Het laatst bijgewerkt op, 4 mei 2011 11:36

0 Reacties

  • Plaats reactie {author} Geplaatst door: 0/24

    Wees de eerste om een discussie te starten.